Digital nomads en belasting: wat ondernemers moeten weten over rondreizende werknemers
Je medewerker werkt deze maand vanuit Lissabon, volgende maand vanuit Bali en als het even kan een paar weken vanuit Costa Rica. De digital nomad is niet langer een hippe uitzondering, maar het is een arbeidsvorm waar steeds meer ondernemers mee te maken krijgen. En juist bij deze rondreizende werknemers stapelen de fiscale vragen zich op. International tax specialist Susanne Schorel, neemt je mee in haar nieuwe blog.
Wat is een digital nomad precies?
Een digital nomad is iemand die locatie onafhankelijk werkt met behulp van digitale technologie en internet, waarbij de flexibiliteit wordt gecombineerd met reizen. De inkomsten worden online verdiend, en dat kan als freelancer, als ondernemer of gewoon als werknemer in loondienst. Die laatste categorie is voor jou als werkgever het meest relevant. Want een werknemer die de wereld rondtrekt blijft jouw werknemer met jouw inhoudingsplicht, jouw administratieve verantwoordelijkheid en jouw risico. Veel landen spelen actief in op deze trend met speciale regelingen. Portugal kent een digital-nomadvisum, Costa Rica laat internationale werkers via een toeristenvisum maanden tot een jaar blijven en Thailand hanteert een belastinggrens bij verblijf van meer dan 180 dagen. Elk land heeft zijn eigen regels en daar zit precies de complexiteit.
Internet-tips versus fiscale realiteit
Het internet staat vol “tips” voor aspirant-nomads: wel of juist niet uitschrijven uit de BRP, korte verblijven van maximaal drie maanden per land, of het hardnekkige idee dat je “gewoon nergens belasting betaalt”. Voor een ondernemer die zijn werknemer wil faciliteren, zijn dit gevaarlijke halve waarheden. De realiteit is dat de fiscale positie van een nomad afhangt van een samenspel van factoren: fiscale woonplaats, de toewijzingsregels in belastingverdragen, sociale zekerheid én - niet te vergeten - btw, pensioen en verzekeringen. Het idee dat constant rondtrekken automatisch belastingvrijheid oplevert, klopt zelden. Vaker ontstaat het tegenovergestelde: een risico op dubbele heffing of juist nergens verzekerd zijn. Een werknemer die in een land zonder belastingverdrag met Nederland verblijft, kan tussen wal en schip raken zonder recht op voorkoming van dubbele belasting.
De vaste inrichting die meereist
Hier zit een addertje onder het gras dat ondernemers stelselmatig onderschatten. Werkt een nomad regelmatig en langdurig vanuit een vaste plek, denk bijvoorbeeld een woning of een vaste werkruimte in het buitenland, dan kan die plek onder omstandigheden een vaste inrichting van jouw onderneming vormen. En dat kan betekenen dat een deel van je winst in dat land belast wordt. Vooral bij de nomad die óók als zelfstandige wordt ingehuurd, of die structureel vanuit één thuisbasis werkt, is dit een risico reëel. Een vaste inrichting ontstaat sneller dan je denkt en het is een onderwerp dat we in onze volgende blog volledig uitdiepen. De digital nomad is dus geen fiscale vrijgestelde, maar juist een werknemer waarbij álle thema's uit deze serie samenkomen: woonplaats, loonheffingen, sociale zekerheid én vaste inrichtingen. Wie zijn werknemers deze vrijheid gunt, doet er goed aan de fiscale kant net zo goed te plannen als de reisroute.
Deskundig en concreet fiscaal advies nodig?
Heb je vragen of wil je weten wat dit concreet voor jouw situatie betekent? Onze fiscale adviseur Susanne Schorel helpt je graag op weg en staat deskundig en concreet voor je klaar. Bel 088-1412400 of mail naar info@forwardfiscalisten.nl.
Werken in de zon en sociale zekerheid: welk land springt voor de rekening?
Je hebt de loonheffingen netjes geregeld, de salary split staat in de administratie en dan komt de vraag waar veel ondernemers overheen kijken: in welk land is mijn werknemer eigenlijk verzekerd? Sociale zekerheid volgt namelijk compleet eigen regels. En die kunnen heel anders uitpakken dan de belastingheffing.
Eén stelsel, en geen twee
Het eerste wat je moet weten: binnen de EU geldt dat een werknemer maar in één land sociaal verzekerd kan zijn, nooit in twee tegelijk. Welk land dat is, bepaalt Verordening 883/2004. De hoofdregel is dat iemand verzekerd is in het land waar hij werkt. Maar bij grensoverschrijdend werken draait het om de vraag of er een “substantieel gedeelte” in het woonland wordt gewerkt. Die grens ligt op 25%. Werkt je werknemer 25% of meer van zijn tijd in het woonland, dan verschuift de sociale zekerheidsplicht naar dat woonland, ook als de werkgever in Nederland zit. Dat heeft directe gevolgen: andere premies, een andere inhoudingsplicht, en mogelijk een ander pakket aan uitkeringsrechten. Voor jou als werkgever betekent het dat je in een ander land premieplichtig kunt worden, met alle administratieve gevolgen van dien.
De kaderovereenkomst telewerken
Speciaal voor de na-corona-realiteit van structureel thuiswerken is er sinds 1 juli 2023 een kaderovereenkomst grensoverschrijdend telewerken. Die biedt uitkomst voor een veelvoorkomende situatie: een werknemer die deels thuiswerkt in zijn woonland, deels op kantoor in het werkgeverland.
Onder deze kaderovereenkomst kan een werknemer die tussen de 25% en 50% van zijn tijd telewerkt vanuit het woonland tóch verzekerd blijven in het land van de werkgever, mits werkgever en werknemer hier samen om verzoeken. Belangrijk: dit is een verzoek, geen automatisme. En het werkt alleen als zowel het woonland als het werkgeverland de overeenkomst hebben ondertekend. Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal en de meeste andere EU-landen doen mee, maar niet allemaal, controleer dit dus altijd vooraf.
De A1-verklaring en wat erachter zit
Het bewijsstuk waar het in de praktijk om draait is de A1-verklaring. Die toont aan in welk land je werknemer sociaal verzekerd is en is onmisbaar bij controles in het buitenland. Vraag deze tijdig aan, dus niet pas als er een inspecteur voor de deur staat. Vergeet ook de menselijke kant niet. Achter de juridische termen schuilen concrete risico's voor je werknemer: dekking bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, opbouw van pensioen en het beruchte AOW-gat. Een verkeerde inschatting kost niet alleen jou als werkgever premies, maar kan je werknemer jaren later met een gat in zijn oudedagsvoorziening opzadelen. Sociale zekerheid is dus een eigenstandig spoor naast de loonheffingen en wie alleen naar de belasting kijkt, mist het halve plaatje. In de volgende blog zoomen we in op een groep die deze regels tot het uiterste oprekt: de digital nomads.
Kijk vooruit en schakel tijdig een fiscaal expert in
Wil je weten wat werken vanuit het buitenland betekent voor jouw onderneming of voor je werknemers? Neem vrijblijvend contact op via 088-1412400 met Susanne Schorel voor deskundig advies. Neem dan gerust contact met ons op via info@forwardfiscalisten.nl.
Je werknemer werkt vanuit Spanje | Hoe zit het met loonheffingen?
De zon schijnt, de laptop staat open op het terras in Andalusië, en je werknemer appt: “Ik blijf nog even hangen, ik werk gewoon door.” Aardig bedoeld. Maar als werkgever krijg jij de vraag op je bord: waar moet ik nu eigenlijk loonheffingen inhouden? Het antwoord begint bij één verdragsartikel.
De hoofdregel: woonland, tenzij
Voor grensoverschrijdend werken in loondienst is artikel 15 van het OESO-modelverdrag leidend. De hoofdregel: het inkomen wordt belast in het woonland van de werknemer, tenzij het werk fysiek in een ander land wordt uitgevoerd. Werkt je werknemer vanuit Spanje, dan kan Spanje in beginsel heffen over het loon dat aan die Spaanse werkdagen is toe te rekenen. Maar er is een belangrijke uitzondering, de bekende 183-dagenregeling. De heffing blijft toch in het woonland (Nederland) als aan drie voorwaarden tegelijk wordt voldaan: de werknemer verblijft niet meer dan 183 dagen in het werkland binnen een periode van twaalf maanden, het loon wordt betaald door of namens een werkgever die niet in het werkland is gevestigd, én het loon komt niet ten laste van een vaste inrichting daar. Worden niet álle drie de voorwaarden vervuld, dan verschuift de heffing.
Salary split en de dagentelling
In de praktijk leidt dit vaak tot een salary split: het loon wordt gesplitst over de dagen die in Nederland en de dagen die in het buitenland worden gewerkt, en elk land heft over zijn deel. Klinkt eenvoudig, maar de dagentelling is dat niet. Het gaat niet alleen om werkdagen maar ook aankomst- en vertrekdagen, weekenden en feestdagen die in het werkland worden doorgebracht kunnen meetellen voor de 183-dagengrens. Onderschat ook het verschil tussen formeel en materieel werkgeverschap niet. Wie het loon betaalt is niet altijd doorslaggevend; wie het gezag uitoefent en voor wiens risico de werkzaamheden zijn, kan de werkgever in de zin van het verdrag zijn. Bij doorbelasting van loonkosten naar een buitenlandse groepsvennootschap kan materieel werkgeverschap ontstaan met directe gevolgen voor waar loonheffing ingehouden moet worden.
Wat kun je onbelast vergoeden?
Werken vanuit het buitenland brengt kosten met zich mee en de werkkostenregeling biedt ruimte om die onbelast te vergoeden. Een paar actuele bedragen voor 2026: de thuiswerkvergoeding bedraagt € 2,45 per dag en de onbelaste reiskostenvergoeding € 0,25 per kilometer. Let op: thuiswerk- en reiskostenvergoeding mogen niet op dezelfde dag voor hetzelfde traject worden gecombineerd. Komt de werknemer juist vanuit het buitenland naar Nederland, dan kan de 30%-regeling spelen. Die is volop in beweging: vanaf 2026 geldt voor iedere werknemer de aftopping op de WNT-norm van € 262.000, en per 2027 daalt het maximale percentage van 30% naar 27%. De partiële buitenlandse belastingplicht is bovendien per 2025 afgeschaft, met overgangsrecht tot en met 2026. Kortom: loonheffingen bij werken in de zon zijn geen kwestie van “we regelen het achteraf wel”. De keuzes die je nu maakt over dagentelling, salary split en vergoedingen bepalen of je over een jaar een sluitend dossier hebt of een naheffing. In de volgende blog kijken we naar sociale zekerheid: een apart spoor met eigen regels.
Behoefte aan deskundig fiscaal advies?
Wil je weten wat werken vanuit het buitenland betekent voor jouw onderneming of voor je werknemers? Neem vrijblijvend contact op via 088-1412400 met Susanne Schorel voor deskundig advies. Je kunt ook direct een mail sturen naar info@forwardfiscalisten.nl. Wij leggen doorgaans op werkdagen binnen 24 uur contact met je, om je concreet verder te helpen.
Werken in de zon: wat je moet regelen vóórdat je laptop meegaat op vakantie
De zomervakantie in in volle gang en steeds vaker krijgen ondernemers de vraag: kan ik (of mijn werknemer) vanuit het buitenland doorwerken? Bijvoorbeeld vanaf een vakantieadres in Spanje. Het korte antwoord: ja, dat kan. Maar het kan óók voor onverwachte problemen zorgen. En die risico’s zitten niet alleen in de fiscaliteit, maar juist ook in andere regels waar je misschien minder snel aan denkt. Onze specialist Susanne Schorel geeft je inzicht in de belangrijkste punten.
Welk arbeidsrecht geldt bij werken in het buitenland?
Een belangrijke eerste vraag is welk arbeidsrecht van toepassing is zodra een werknemer vanuit het buitenland werkt. Het uitgangspunt is dat een werknemer recht heeft op de minimumbescherming van het land waar hij of zij doorgaans werkt. Werkt iemand structureel vanuit Spanje, dan kan het Spaanse arbeidsrecht (deels) van toepassing zijn, ook als in de arbeidsovereenkomst Nederlands recht is afgesproken. Dat heeft concrete gevolgen. Denk aan regels rondom ontslag, minimumloon, vakantiedagen en arbeidsomstandigheden. De Europese Verordening Rome I bepaalt welk recht geldt bij grensoverschrijdend werken. Partijen mogen hierin keuzes maken, maar nooit ten nadele van de werknemer. En belangrijk: het begrip ‘gewoonlijk werken’ wordt al snel aangenomen.
Visum, werkvergunning en lokale verplichtingen
Ook op praktisch en juridisch vlak zijn er aandachtspunten. Buiten de EU geldt in veel gevallen dat een werknemer een werkvergunning nodig heeft om vanuit een ander land te werken. Zelfs als hij of zij in dienst is bij een Nederlandse werkgever en het salaris in Nederland wordt uitbetaald. Binnen de EU is dit eenvoudiger, maar ook daar gelden regels. Zo kan bij een verblijf van langer dan drie maanden een registratieplicht gelden bij lokale autoriteiten. Daarnaast spelen Nederlandse verplichtingen een rol. Denk aan inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). Bij langdurig verblijf in het buitenland kan uitschrijving nodig zijn, met gevolgen voor bijvoorbeeld toeslagen en de zorgverzekering.
Verzekeringen en pensioen worden vaak onderschat
Dit is een onderdeel dat vaak wordt onderschat, maar grote impact kan hebben. De Nederlandse zorgverzekering is gekoppeld aan wonen of werken in Nederland. Bij langdurig verblijf in het buitenland kan de verzekeringsplicht veranderen. Soms vervalt die, soms ontstaat juist een verplichting in het buitenland. Ook voor pensioen kan dit gevolgen hebben. Wie niet langer in Nederland verzekerd is voor de AOW, bouwt minder op. Dat kan op termijn leiden tot een AOW-gat. Voor werknemers lijkt dit vaak een ver-van-mijn-bed-show. Voor ondernemers en DGA’s die structureel (altijd of deels) vanuit het buitenland willen werken, is dit juist iets om vooraf goed door te rekenen.
Eerst de basis op orde, dan pas de rest
Kortom: werken vanuit het buitenland klinkt aantrekkelijk, maar vraagt om een goede voorbereiding. De niet-fiscale aandachtspunten vormen de basis. Pas daarna komt de fiscale uitwerking. In onze vervolgblogs gaan we dieper in op onderwerpen als loonheffingen, sociale zekerheid, vaste inrichting en de invloed op de fiscale woonplaats.
Laat je deskundig begeleiden door Forward Fiscalisten
Wil je weten wat werken vanuit het buitenland betekent voor jouw onderneming of voor je werknemers? Neem vrijblijvend contact op via 088-1412400 met Susanne Schorel voor deskundig advies. Je kunt ook direct een mail sturen naar info@forwardfiscalisten.nl. Wij leggen doorgaans op werkdagen binnen 24 uur contact met je, om je concreet verder te helpen.
Papieren schenking en ontbinding?
De papieren schenking is al jarenlang een veelgebruikte constructie binnen estate planning. Met deze constructie wordt vermogen overgedragen zonder dat direct liquide middelen nodig zijn, terwijl tegelijkertijd fiscale voordelen kunnen worden benut. In de praktijk wordt een papieren schenking vaak gezien als een vaste en bestendige afspraak. Toch kunnen omstandigheden in de loop der tijd veranderen. Financiële posities verschuiven, regels ontwikkelen zich en afspraken die ooit goed pasten, sluiten niet altijd meer aan bij de huidige situatie. Juist daarom is het belangrijk om ook bestaande schenkingsstructuren met enige regelmaat opnieuw te bekijken. Onze estate planner Gijs Cox neemt de belangrijkste aspecten met je door in zijn nieuwe blog.
Wanneer wordt een papieren schenking een probleem?
In een rechtszaak die eind 2025 speelde, ging het om meerdere papieren schenkingen die zorgvuldig waren vastgelegd in notariële aktes. Zoals gebruikelijk was daarbij een jaarlijkse renteverplichting van 6% afgesproken. Hoewel deze constructie in eerste instantie goed werkte, ontstond er in de praktijk een situatie waarin het structureel lastig werd om aan die renteverplichting te blijven voldoen. In een omgeving van lage marktrentes en toenemende financiële druk kan zo’n vaste renteverplichting bovendien extra zwaar gaan wegen. Dat riep de vraag op of de gemaakte afspraken nog wel uitvoerbaar waren.
Ruimte voor ontbinding, maar met duidelijke grenzen
De rechtbank oordeelde dat ontbinding van een papieren schenking – onder omstandigheden zelfs met terugwerkende kracht – mogelijk kan zijn wanneer sprake is van onvoorziene omstandigheden. Daarbij geldt dat het niet gaat om een tijdelijke tegenvaller, maar om een structurele situatie waarin nakoming van de verplichtingen niet meer realistisch is. Alleen wanneer daadwerkelijk sprake is van duurzame betalingsonmacht en de renteverplichting niet langer kan worden nagekomen, kan ontbinding in beeld komen. Dit betekent dat een papieren schenking niet volledig onaantastbaar is. Tegelijk ligt de lat hoog en blijft de oorspronkelijke afspraak in veel gevallen gewoon in stand. Ontbinding is dus geen standaard uitweg, maar een uitzondering voor situaties waarin voortzetting feitelijk niet meer haalbaar is.
Wat betekent dit voor uw situatie?
Deze uitspraak maakt duidelijk dat het verstandig is om niet alleen bij het opzetten van een papieren schenking stil te staan bij de gevolgen, maar ook gedurende de looptijd. Een vaste renteverplichting die jarenlang passend was, kan in een andere economische of persoonlijke situatie minder goed uitpakken. Door periodiek te beoordelen of een schenkingsstructuur nog aansluit bij uw financiële mogelijkheden, voorkomt u dat u later voor lastige keuzes komt te staan.
Daarnaast kan het in de praktijk verstandig zijn om bij het opstellen van papieren schenkingen na te denken over aanvullende flexibiliteit, bijvoorbeeld door het opnemen van een herroepingsclausule die kan worden ingezet bij onvoorziene omstandigheden. Daarmee kan in bepaalde situaties worden voorkomen dat direct een beroep moet worden gedaan op ontbinding via de rechter. Dit geldt zowel voor nieuwe als voor bestaande papieren schenkingen.
Vooruitkijken met estate planning
De papieren schenking blijft een krachtig instrument binnen estate planning, maar vraagt om actief beheer en aandacht in de tijd. Door tijdig stil te staan bij veranderingen in uw situatie, houdt u grip op de uitvoering en voorkomt u verrassingen. Binnen Forward Fiscalisten denken wij graag mee over dit soort vraagstukken. Estate planner Gijs Cox begeleidt particulieren en families bij het inrichten en onderhouden van vermogensstructuren, met oog voor zowel fiscale als praktische aspecten. Overweegt u een papieren schenking of wilt u uw bestaande afspraken laten toetsen? Dan is het verstandig om tijdig inzicht te krijgen in de mogelijkheden en risico’s. Neem gerust contact op via info@forwardfiscalisten.nl. Onze specialisten staan iedere werkdag voor je klaar.
ANBI-regels in beweging: wat verandert er de komende jaren?
De regels rondom Algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) zijn opnieuw in beweging. In de kabinetsreactie van 1 juni 2026 wordt duidelijk dat de overheid misbruik van de ANBI-status wil aanpakken, maar tegelijkertijd ruimte wil houden voor organisaties die hun maatschappelijke rol serieus nemen. Dat zorgt voor een ontwikkeling waarbij controle en transparantie toenemen, zonder dat er direct extra regeldruk wordt opgelegd. Voor veel stichtingen en goede doelen betekent dit dat er de komende jaren meer verandert dan op het eerste gezicht lijkt. Maar wat betekent dit concreet voor ANBI's en als je ermee werkt?
Meer inzicht in schenken en giftenaftrek
Een belangrijk moment ligt in 2028, wanneer de giftenaftrek wordt geëvalueerd. Dan wordt gekeken naar de effecten van de recente wijzigingen, zoals de beperking van de periodieke giftenaftrek tot € 250.000 per jaar (en sinds 2025 € 1.500.000 per jaar). Deze evaluatie kan invloed hebben op hoe aantrekkelijk schenken fiscaal blijft, zowel voor donateurs als voor de ontvangende organisaties. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan alternatieven voor het vervallen van de regeling ‘geven uit de vennootschap’. Dat laat zien dat het fiscale kader rondom schenken nog niet is uitgekristalliseerd en de komende jaren kan veranderen.
Meer toezicht en digitalisering
De grootste verandering zit waarschijnlijk in de manier waarop toezicht wordt ingericht. De Belastingdienst zet nadrukkelijk in op digitalisering. Vanaf 2029 wordt een nieuwe omgeving voor de publicatieplicht ingevoerd en vanaf 2030 volgt een centrale toezichtportal. Hiermee wordt informatie niet alleen beter inzichtelijk, maar ook eenvoudiger te controleren. Dat betekent dat afwijkingen sneller zichtbaar worden, bijvoorbeeld als vermogen wordt opgebouwd zonder duidelijke besteding of als kosten en uitgaven niet in verhouding staan. Transparantie wordt daarmee steeds belangrijker. Daarnaast komt er meer aandacht voor de mogelijkheid om gebruik te maken van een zogenoemde groepsbeschikking. Hiermee kunnen met elkaar verbonden instellingen gezamenlijk als ANBI worden behandeld. Dat kan in de praktijk zorgen voor minder administratieve lasten en een efficiëntere inrichting van het toezicht.
Strengere regels bij verlies van de ANBI-status
Ook voor organisaties die hun ANBI-status verliezen, veranderen de regels. In de praktijk gaat het dan vooral om wat er gebeurt met het opgebouwde vermogen. Vanaf 2029 wordt naar verwachting een bestedingsverplichting ingevoerd voor instellingen waarbij de ANBI-status wordt ingetrokken en het vermogen € 25.000 of meer bedraagt. Dit betekent dat het aanwezige vermogen binnen een afzienbare periode – in beginsel binnen drie jaar (inclusief het jaar van intrekking) – alsnog moet worden ingezet voor het algemeen nut. Wanneer niet aan deze verplichting wordt voldaan, kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. Hoewel dit aansluit bij de gedachte achter de ANBI-regeling, kan dit in de praktijk voor uitdagingen zorgen, bijvoorbeeld als middelen niet direct beschikbaar of inzetbaar zijn of als de bestedingshorizon juist langer van aard is. Opvallend is dat er tegelijkertijd geen strengere eisen komen voor de samenstelling van het bestuur. De overheid kiest er bewust voor om hier geen extra verplichtingen op te leggen, juist om de balans tussen toezicht en werkbaarheid te behouden.
Kijk vooruit en schakel tijdig een fiscaal expert in
De rode draad in al deze ontwikkelingen is duidelijk: meer inzicht, meer controle en een grotere nadruk op verantwoording. Dat vraagt van organisaties dat zij niet alleen voldoen aan de regels van vandaag, maar ook vooruitkijken naar wat er komt. De impact hiervan raakt vaak meer dan alleen de ANBI zelf. Denk bijvoorbeeld aan schenkingen, vermogensopbouw en de manier waarop een organisatie is ingericht. Het is goed daarnaast goed om te realiseren dat ook nog wordt gewacht op nadere regelgeving over de vennootschapsbelastingpositie van stichtingen. Ook op dat vlak kunnen de komende jaren belangrijke wijzigingen volgen.
Kijk vooruit en schakel tijdig een fiscaal expert in
De rode draad in al deze ontwikkelingen is duidelijk: meer inzicht, meer controle en een grotere nadruk op verantwoording. Dat vraagt van organisaties dat zij niet alleen voldoen aan de regels van vandaag, maar ook vooruitkijken naar wat er komt. De impact hiervan raakt vaak meer dan alleen de ANBI zelf. Denk bijvoorbeeld aan schenkingen, vermogensopbouw en de manier waarop een organisatie is ingericht. Forward Fiscalisten ondersteunt ondernemingen en particulieren bij deze vraagstukken. Onze estate planner Gijs Cox denkt graag mee over de gevolgen van deze ontwikkelingen en helpt bij het maken van keuzes die passen bij uw situatie, zowel nu als in de toekomst. Ook eens sparren over uw ANBI-structuur of de fiscale impact van deze veranderingen? Neem dan gerust contact met ons op via info@forwardfiscalisten.nl.
Direct Tax Omnibus: minder bronbelasting en meer renteaftrek voor ondernemers in de EU
See English version below
Betaalt jouw bv rente aan een zustervennootschap in Frankrijk, of ontvangt ze dividend uit Duitsland? Dan ken je de drempels, formulieren en bronbelasting die daarbij komen kijken. De Europese Commissie wil daar verandering in brengen: op 24 juni 2026 presenteerde zij het Direct Tax Omnibus-voorstel, een pakket dat de Europese belastingregels fors moet vereenvoudigen en de administratieve lasten voor ondernemers moet verlichten. De Commissie rekent op zo'n 8 miljard euro aan besparingen per jaar. Vier maatregelen springen er voor ondernemers uit. Onze specialist international tax Susanne Schorel neemt je hierin mee in haar nieuwe blog.
Bronbelasting verdwijnt op meer betalingen binnen de EU
De grootste winst zit in grensoverschrijdende betalingen tussen vennootschappen. Nu geldt de vrijstelling van bronbelasting op rente en royalty's alleen tussen 'verbonden' vennootschappen. Dat verbondenheidsvereiste verdwijnt: straks is elke rente- of royaltybetaling tussen EU-vennootschappen vrijgesteld, ongeacht het aandelenbelang of de bezitsduur. Voor dividenden geldt iets vergelijkbaars: het minimumbelang van 10% uit de Moeder-dochterrichtlijn vervalt, en ook vrijgestelde pensioenfondsen krijgen toegang tot de richtlijnvoordelen. Bovendien mogen lidstaten geen voorafgaande goedkeurings- of certificeringsprocedures meer eisen, dat scheelt papierwerk vooraf. Wel komt er een antimisbruikmaatregel: betalingen aan ontvangers buiten de EU die geen of 0% winstbelasting betalen, blijven belast of worden van aftrek uitgesloten.
Meer ruimte voor renteaftrek
Ook de earningsstrippingregeling gaat op de schop. De Europese norm, een renteaftrek tot maximaal 30% van de fiscale EBITDA óf € 3 miljoen, wordt verplicht voor alle lidstaten. Voor Nederland is dat goed nieuws: ons land hanteert nu een strengere grens van 24,5% en een drempel van € 1 miljoen en zou die dus moeten verruimen. Daarnaast komen er nieuwe uitzonderingen. Rente op échte derdenleningen die je voor de eigen onderneming gebruikt, wordt ontzien. Een groepsuitzondering wordt verplicht in plaats van optioneel. En in jaren waarin je fiscale EBITDA met 50% of meer daalt, geldt de aftrekbeperking niet. Ook langlopende publieke projecten zoals sociale woningbouw en de defensie-industrie krijgen onder aanvullende voorwaarde extra ruimte.
Een nieuwe R&D-aftrek en wat verder verandert
Het voorstel introduceert ook een Europese R&D-faciliteit. Investeringen in R&D-gerelateerde materiële vaste activa, zoals gebouwen, machines en installaties die minstens drie jaar worden gebruikt, mag je in één keer aftrekken in het jaar van uitgave, of spreiden over de vier daaropvolgende jaren. De Commissie verwacht hiermee de EU aantrekkelijker te maken voor innovatie. Onder de motorkap verandert er nog meer: de algemene antimisbruikregel (GAAR) gaat voor álle ondernemingsbelastingen gelden, waaronder de dividend- en conditionele bronbelasting. De CFC-maatregel wordt versoepeld voor het mkb en voor Pijler 2-groepen en de fiscale Fusierichtlijn wordt eindelijk in lijn gebracht met moderne reorganisatievormen zoals afsplitsingen en grensoverschrijdende omzettingen.
Wat betekent dit concreet?
Belangrijk om te weten: dit is vooralsnog een vóórstel. De maatregelen zouden per 1 januari 2029 moeten ingaan, maar alle EU-lidstaten moeten unaniem instemmen. Gezien de budgettaire gevolgen ligt het voor de hand dat er nog flink aan geschaafd wordt. Toch is de richting duidelijk: minder formaliteiten en meer fiscale ruimte voor ondernemers die binnen Europa actief zijn. Loopt jouw onderneming nu tegen bronbelasting of een beperkte renteaftrek aan, dan is het verstandig je structuur alvast tegen het licht te houden.
Schakel een deskundig expert in
Wil je weten wat het Direct Tax Omnibus-voorstel betekent voor jouw onderneming of voor je werknemers? Neem vrijblijvend contact op via 088-1412400 met Susanne Schorel voor deskundig belastingadvies. Je kunt ook direct een mail sturen naar info@forwardfiscalisten.nl. Wij leggen doorgaans op werkdagen binnen 24 uur contact met je, om je concreet verder te helpen.
_____________________________________________________________________________________________________
The EU Direct Tax Omnibus: less withholding tax and more interest deductibility for business owners
Does your company pay interest to a sister entity in France, or receive dividends from Germany? Then you know the thresholds, forms and withholding taxes that come with it. The European Commission wants to change that. On 24 June 2026 it published its Direct Tax Omnibus proposal, a package designed to simplify the EU's direct tax rules and cut red tape for businesses, with estimated savings of around €8 billion per year. Four measures stand out for entrepreneurs active in the Netherlands. Our international tax specialist, Susanne Schorel shares the recent developments in her latest post.
Withholding tax disappears on more intra-EU payments
The biggest win is in cross-border payments between companies. Today, the withholding tax exemption on interest and royalties applies only between “associated” companies. That association requirement is being scrapped: any interest or royalty payment between EU companies would become exempt, regardless of the size or duration of the shareholding. Something similar applies to dividends: the 10% minimum holding under the Parent-Subsidiary Directive disappears, and exempt pension funds also gain access to the benefits. On top of that, Member States may no longer demand prior authorisation or certification procedures resulting in less paperwork up front. An anti-abuse rule does apply: payments to recipients outside the EU that levy no corporate tax, or a 0% rate, remain taxed or lose their deductibility.
More room for interest deductibility
The interest limitation (earnings-stripping) rule is also being overhauled. The European standard, interest deductible up to 30% of tax EBITDA or €3 million, whichever is higher, becomes mandatory for all Member States. For the Netherlands that is good news: the country currently applies a stricter 24.5% limit and a €1 million threshold and thus would have to relax both. New exceptions are added, too. Interest on genuine third-party loans used for your own business is carved out and a group escape becomes mandatory rather than optional. And in years where your tax EBITDA falls by 50% or more, the limitation does not apply. Long-term public-benefit projects such as social housing and, temporarily, the defence sector for loans taken out from 2029 also gain extra room.
A new R&D allowance, and what else changes
The proposal introduces an EU-wide R&D allowance. Investment in R&D-related tangible assets such as buildings, machinery and installations used for at least three years, can be deducted in full in the year of expenditure, or spread across the following four years. The Commission expects this to make the EU a more attractive place to innovate. Under the bonnet, more is shifting: the general anti-abuse rule (GAAR) will extend to all business taxes, including dividend and conditional withholding tax. The CFC rules are eased for SMEs and Pillar Two groups, and the Merger Directive is finally aligned with modern reorganisation forms such as divisions by separation and cross-border conversions.
What this means for you
One thing to keep in mind: this is still a proposal. The measures are intended to take effect on 1 January 2029, but all EU Member States must agree unanimously and given the budgetary impact, further changes are likely. Even so, the direction is clear: fewer formalities and more fiscal room for businesses operating across Europe. If your company is currently running into withholding tax or a capped interest deduction, it is wise to review your structure now.
Get expert guidance from Forward Fiscalisten
Wondering what the Direct Tax Omnibus proposal means for your business or your employees? Get in touch free of charge on +31 88-1412400 with Susanne Schorel for expert advice. You can also email us directly at info@forwardfiscalisten.nl. We usually get back to you within 24 hours on working days to help you move forward.
Van paniek naar plan: zo ga je 1 januari 2027 ontspannen in
De Wtta is onontkoombaar. In blog 1 schetsten we de aardverschuiving, in blog 2 het kostenplaatje van afwachten. Tijd voor het goede nieuws: er is nog ruimte om dit op een rustige, gestructureerde manier aan te pakken. Maar dan moet je nu beginnen, niet straks, want elke maand uitstel verkleint de speelruimte verderop in de planning.
Begin bij de spiegel: wat ben jij eigenlijk?
De eerste stap is een eerlijke inventarisatie. Onder de Wtta ben je sneller uitlener dan je denkt. Detacheer je personeel? Werk je met payroll? Stel je vakkrachten beschikbaar aan andere bv's binnen je groep? Detacheer je jezelf als DGA via je holding? In al deze gevallen val je onder de toelatingsplicht. Uitzondering: pure intra-concern terbeschikkingstelling tussen verbonden vennootschappen kan onder voorwaarden buiten de Wtta vallen via de concernuitzondering, laat je positie tijdig toetsen.
Ben je inlener? Breng dan in kaart van wie je flex-capaciteit afneemt. Maak een lijst van élke partij die personeel aan jou levert, inclusief de bureautjes waar je via je productiemanager maandelijks twee mensen vandaan haalt zonder dat inkoop ervan weet. Dat soort schaduwleveranciers zijn straks je grootste risico, omdat ze niet in je formele compliance-traject zitten.
De drie sporen waar het op aankomt
Een goed Wtta-traject volgt drie sporen tegelijk.
Op het eerste spoor staan de harde vereisten: een actueel inspectierapport, een VOG voor rechtspersonen, een waarborgsom van € 100.000 (€ 50.000 voor starters in het eerste half jaar), de inschrijving in het Handelsregister en aantoonbare compliance met het normenkader. Daarvoor moet je nu al een inspectie-instelling kiezen, want de capaciteit in de markt is beperkt. Wie wacht tot het voorjaar van 2027 staat achteraan in een rij die geen ondernemer zich kan veroorloven.
Op het tweede spoor zet je je interne beheersing in orde. Loonadministratie, arbeidsvoorwaarden, identiteitscontroles, fiscale afdrachten, urenregistratie, huisvesting van arbeidsmigranten: alles moet niet alleen kloppen, het moet ook aantoonbaar kloppen. Onderschat ook twee operationele puntjes niet: de G-rekening krijgt onder de Wtta een hogere stortingsverplichting (van 25% naar 35%), en voor buitenlandse uitleners kan een beëdigde vertaling van documenten worden vereist. Een Tax Control Framework of vergelijkbaar beheersingsraamwerk is hier vaak het verschil tussen een nipte goedkeuring en een glanzend dossier. Wie hier nu in investeert, bouwt aan een audit-ready werkwijze die ook bij andere compliance-regimes haar waarde bewijst.
Op het derde spoor beoordeel je je keten. Welke uitleners ga je nog vertrouwen na 1 januari 2028? Welke leveranciers vraag je vandaag al om een aanmeldbevestiging? Welke contracten moeten worden aangepast met een Wtta-clausule waarin de toelating contractueel wordt geborgd, inclusief een opzeggingsrecht bij intrekking en een aansprakelijkheidsverdeling?
De agenda van komende achttien maanden
- Nu tot Q3 2026: scope-analyse, GAP-analyse, keuze inspectie-instelling, ketenscreening, contractuele aanpassingen.
- Q4 2026: vrijwillige SNA-certificering afronden (mits al gestart) en als je nog niet bent begonnen: nu starten, want de doorlooptijd is meerdere maanden. Dossiers op orde, intern beheersingskader operationeel, eerste interne audit.
- 1 november 2026 t/m 31 december 2026: aanmelding voor de overgangsregeling. Mis dit venster niet.
- 1 mei tot 30 juni 2027: indienen van je formele toelatingsaanvraag bij de NAU via de algemene route, inclusief inspectierapport en waarborgsom. SNA-gecertificeerde uitleners kunnen tot 1 juli 2027 via de verkorte SNA-route aanvragen.
- 1 januari 2028: handhaving Nederlandse Arbeidsinspectie. Vanaf nu is afwijken niet langer een risico, maar een kostenpost.
Schakel een deskundige adviseur in
Wtta zit op het snijvlak van fiscaal recht, arbeidsrecht, sociale zekerheid, governance en interne beheersing. Het is geen onderwerp dat je in een ochtend bij de borrel afvinkt, maar het is ook geen onderwerp dat tien adviseurs moet kosten. Forward Fiscalisten begeleid ondernemers, DGA's en groepen die in één doorlopend traject hun positie willen bepalen, het normenkader willen invullen, de juiste partners aan tafel willen en zonder ruis door de aanmelding én toelating willen rollen. Wil je weten waar je staat? Neem gerust contact op met Susanne Schorel via info@forwardfiscalisten.nl of bel 088-1412400.
De prijs van afwachten: waarom de Wtta meer kost dan een boete
In de eerste blog beschreven we de stille aardverschuiving die de Wtta heet. In dit tweede deel zoomt Forward Fiscalisten in op het scenario dat te veel ondernemers nu nog wegwuiven: wat gebeurt er als je niet, of te laat, in beweging komt? Eén ding vooraf: het wordt ongemakkelijk lezen. Maar dat is precies de bedoeling, want pas als de schade tastbaar wordt, komen mensen in actie.
Scenario 1: je bent uitlener en mist het venster
Stel, je runt een detacheringsbureau, een payrollorganisatie of een uitzendkantoor. Je bent goed bezig, je papieren lijken op orde, maar je hebt je vóór 1 januari 2027 niet aangemeld voor de overgangsregeling. Of je mist het toelatingsvenster van mei en juni 2027 omdat de inspectie-instelling pas in juli capaciteit had.
Per 1 januari 2027 verlies je in één keer je markttoegang, al start officiële handhaving pas vanaf 1 januari 2028. Je mag geen arbeidskrachten meer ter beschikking stellen. Geen factuur meer naar opdrachtgevers. Geen omzet meer uit detachering. De Nederlandse Arbeidsinspectie kan vanaf 1 januari 2028 je activiteiten stilleggen en een boete tot € 90.000 opleggen per overtreding, oplopend bij recidive. Bij herhaling stapelt dat door, en bij wezenlijke gebreken kan de toelating ook later nog worden ingetrokken.
En je opdrachtgevers? Die kunnen niet langer met je werken zonder zélf in overtreding te zijn. Dus die zoeken een vergunde concurrent. Wat overblijft is een onderneming met contracten die je niet meer mag uitvoeren en een reputatie die je niet meer terugkrijgt.
Scenario 2: je bent inlener en kijkt de andere kant op
Misschien denk je: ik leen alleen ín, ik hoef niets te doen. Dat is precies de gedachte die straks duur uitpakt. De Wtta legt expliciet verplichtingen op aan inleners. Wie zaken doet met een niet-toegelaten uitlener overtreedt zelf de wet. De Nederlandse Arbeidsinspectie kan ook de inlener beboeten, en de ketenaansprakelijkheid voor loonheffingen, premies werknemersverzekeringen en btw blijft onverkort overeind. Bij een faillissement van een niet-toegelaten uitlener kan de fiscus zich rechtstreeks tot jou wenden voor onbetaalde loonbelasting.
Stel dat 30% van jouw flexibele schil bij een uitzender of detacheerder zit die op 1 januari 2028 niet toegelaten blijkt te zijn. Dan zit je niet alleen met een handhavingsrisico, maar ook met een operationeel probleem. Productielijnen die niet meer draaien. Zorgroosters die niet rondkomen. Bouwprojecten die stilvallen. En het is dan te laat om nog even op zoek te gaan, want de markt aan toegelaten uitleners is op dat moment schaars en duur.
Scenario 3: je bent DGA en zelf de uitlener
Veel DGA's realiseren zich niet dat zij onder de Wtta vallen. Detacheer je jezelf vanuit je persoonlijke holding bij een opdrachtgever, bijvoorbeeld als interim-manager, CFO ad interim of projectdirecteur? Dan ben je formeel uitlener. Zonder toelating geen detachering, zonder detachering geen managementfee en jouw opdrachtgever zit met hetzelfde aansprakelijkheidsprobleem als hierboven. Een belangrijke uitzondering: bij zuivere intra-concern detachering bijvoorbeeld vanuit je persoonlijke holding naar een eigen werk-bv binnen hetzelfde concern, kan de concernuitzondering uitkomst bieden. Detacheer je via diezelfde holding aan een externe partij, dan val je wel onder de toelatingsplicht. Bij familiebedrijven met een aparte personeels-bv die personeel aan de werk-bv levert, ligt het genuanceerder: hier kan de concernuitzondering uitkomst bieden, mits aan alle concerncriteria wordt voldaan.
Wat afwachten écht kost
De directe boetes zijn niet eens het grootste risico. Het echte verlies zit in:
- Reputatie: opdrachtgevers, banken en ketenpartners zien een afgewezen of ingetrokken toelating als een rode vlag.
- Verzekerbaarheid: aansprakelijkheidsverzekeraars stellen vragen bij ondernemingen die de Wtta niet aantoonbaar hebben geïmplementeerd, en sluiten dekking soms uit.
- Onderhandelingspositie: bij overnames of financiering wordt Wtta-compliance straks standaard onderdeel van due diligence. Geen toelating, geen deal, of een fors lagere prijs.
- Klantverlies: corporates die zelf onder strenge ESG- en compliance-eisen vallen, schuiven niet-toegelaten leveranciers domweg van hun lijst.
De Wtta is geen administratieve plicht die je in december 2027 nog even afvinkt. Het is een toetredingsexamen tot de Nederlandse arbeidsmarkt, en er is geen herkansing. Wie nu nog twijfelt, twijfelt straks niet meer, maar dan is het te laat. In deel 3 legt onze specialist Susanne Schorel uit hoe je dit gestructureerd aanpakt en wat je deze maand al kunt doen.
Kennismaken met Forward Fiscalisten?
Ontdekken wat Forward Fiscalisten voor jou kan betekenen? Neem gerust contact op met Susanne Schorel via info@forwardfiscalisten.nl of bel 088-1412400.
De stille aardverschuiving die elke inlener en uitlener gaat raken
Er komt een wet aan die de Nederlandse arbeidsmarkt grondiger gaat hertekenen dan welke regel uit het afgelopen decennium ook. De meeste ondernemers hebben hem nog niet eens op de radar en dat is precies waarom onze specialist Susanne Schorel je meeneemt in haar nieuwe blog.
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, kortweg de Wtta, treedt op 1 januari 2027 in werking. De Eerste Kamer zette op 11 november 2025 het laatste vinkje. Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft inmiddels glashelder gemaakt dat er géén uitstel komt. Citaat: "De urgentie van het tegengaan van de misstanden in de uitzendsector weegt zwaarder dan het geringe profijt van uitstel." Vertaald naar de praktijk: de klok tikt, en hij tikt sneller dan veel ondernemers denken.
Van een registratiestelsel naar een toelatingsstelsel
De Wtta komt bovenop de bestaande Waadi. Klinkt als een administratieve verschuiving, maar dat is het niet. De Waadi blijft naast de Wtta bestaan, maar de eenmalige Waadi-meldingsplicht bij de Kamer van Koophandel komt te vervallen. Onder de Wtta moet je vóóraf worden toegelaten door de nieuwe Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), en die toelating krijg je alleen als je structureel aantoonbaar in control bent. De NAU beslist namens de minister of een uitlener de markt op mag, en die beslissing is niet vrijblijvend.
Zonder toelating mag je vanaf 1 januari 2027 geen arbeidskrachten meer ter beschikking stellen. Punt. Doe je dat tóch, dan riskeer je een boete tot € 90.000, oplopend bij recidive, én stillegging door de Nederlandse Arbeidsinspectie. Het stelsel is opgezet om misstanden in de uitzendsector aan te pakken, maar de gevolgen raken vele malen meer bedrijven dan alleen de bureaus waar het in de pers over gaat. Voor wie zich op tijd heeft aangemeld, geldt in 2027 een overgangsregime; de actieve handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie start op 1 januari 2028.
Niet alleen uitzendbureaus
Hier zit de adder onder het gras. De Wtta gaat veel breder dan de klassieke uitzendsector. De toelatingsplicht raakt onder andere:
- detacheringsbureaus en payrollorganisaties;
- ZZP'ers en zelfstandigen die zich via constructies ter beschikking stellen;
- DGA's die zichzelf vanuit hun eigen bv detacheren bij een opdrachtgever;
- buitenlandse ondernemingen die werknemers in Nederland inzetten, ook tijdelijk;
- uitleenconstructies tussen verbonden vennootschappen, voor zover de concernuitzondering niet van toepassing is;
- inleners, want zaken doen met een niet-toegelaten partij wordt strafbaar.
Dat laatste punt onderschatten veel bedrijven. Inhuren via een niet-toegelaten uitlener is straks geen administratieve slordigheid meer, maar een wetsovertreding mét aansprakelijkheid. Iedere productiebedrijf, bouwer, retailer, IT-organisatie of zorginstelling die werkt met een flexibele schil moet straks weten: is mijn leverancier toegelaten? Zo niet, dan zit ík fout. En de wetgever heeft dat bewust zo ingericht, om de keten zélf de markt te laten schoonvegen.
De vijf pijlers waar je straks aan moet voldoen
De NAU toetst aan vijf vereisten: een actueel inspectierapport dat aantoont dat je voldoet aan het normenkader, inschrijving in het Handelsregister, een VOG voor rechtspersonen, een waarborgsom van € 100.000 als financiële zekerheid (€ 50.000 voor starters in het eerste half jaar), en doorlopende compliance op alle bovengenoemde punten. Het normenkader bouwt voort op de huidige NEN 4400-1 en wordt aangevuld met extra eisen. Salarisadministratie, fiscale afdrachten, identiteitscontroles, arbeidsvoorwaarden, urenregistratie, huisvesting van arbeidsmigranten: alles moet kloppen én aantoonbaar zijn. Geen losse Excelsheet, maar een dossier dat een externe inspecteur in één middag overtuigt.
De echte deadline ligt eerder
Veel ondernemers horen "2027" en denken: tijd zat. Niet doen. Wie gebruik wil maken van het overgangsrecht, moet zich tussen 1 november 2026 en 1 januari 2027 aanmelden. Wie tijdig is aangemeld onder het overgangsrecht, mag in 2027 blijven uitlenen totdat de NAU op de toelatingsaanvraag heeft beslist. Het aanvraagvenster voor toelating zelf is in 2027 maar twee maanden lang, namelijk van 1 mei tot 30 juni. SNA-gecertificeerde uitleners hebben een verkorte route en kunnen aanvragen tot 1 juli 2027. Mis je dat venster, dan zit je vanaf 1 januari 2028 zonder toelating, en dus zonder verdienmodel.
De vraag is niet meer óf je iets met de Wtta moet. De vraag is hoeveel maanden je nog hebt voordat afwachten je geld gaat kosten. In het volgende deel: wat er precies misgaat als je dit op zijn beloop laat.
Laat je deskundig begeleiden door Forward Fiscalisten
Onze gespecialiseerde fiscalisten staan klaar om te adviseren en begeleiden je bij het maken van de juiste keuze. Neem vrijblijvend contact op via 088-1412400 met Susanne Schorel voor deskundige ondersteuning en een helder overzicht van onze diensten tegen transparante tarieven. Je kunt ook direct een mail sturen naar info@forwardfiscalisten.nl. Omschrijf kort de huidige situatie en de fiscale vragen die open staan. Wij leggen dan doorgaans op werkdagen binnen 24 uur contact met je, om je concreet verder te helpen.







