Mededeling: Wij werken momenteel aan onze nieuwe website. Het kan voorkomen dat u tijdelijk fouten tegenkomt. Bedankt voor uw begrip!

Digital nomads en belasting: wat ondernemers moeten weten over rondreizende werknemers

Je medewerker werkt deze maand vanuit Lissabon, volgende maand vanuit Bali en als het even kan een paar weken vanuit Costa Rica. De digital nomad is niet langer een hippe uitzondering, maar het is een arbeidsvorm waar steeds meer ondernemers mee te maken krijgen. En juist bij deze rondreizende werknemers stapelen de fiscale vragen zich op. International tax specialist Susanne Schorel, neemt je mee in haar nieuwe blog.

Wat is een digital nomad precies?

Een digital nomad is iemand die locatie onafhankelijk werkt met behulp van digitale technologie en internet, waarbij de flexibiliteit wordt gecombineerd met reizen. De inkomsten worden online verdiend, en dat kan als freelancer, als ondernemer of gewoon als werknemer in loondienst. Die laatste categorie is voor jou als werkgever het meest relevant. Want een werknemer die de wereld rondtrekt blijft jouw werknemer met jouw inhoudingsplicht, jouw administratieve verantwoordelijkheid en jouw risico. Veel landen spelen actief in op deze trend met speciale regelingen. Portugal kent een digital-nomadvisum, Costa Rica laat internationale werkers via een toeristenvisum maanden tot een jaar blijven en Thailand hanteert een belastinggrens bij verblijf van meer dan 180 dagen. Elk land heeft zijn eigen regels en daar zit precies de complexiteit.

Internet-tips versus fiscale realiteit

Het internet staat vol “tips” voor aspirant-nomads: wel of juist niet uitschrijven uit de BRP, korte verblijven van maximaal drie maanden per land, of het hardnekkige idee dat je “gewoon nergens belasting betaalt”. Voor een ondernemer die zijn werknemer wil faciliteren, zijn dit gevaarlijke halve waarheden. De realiteit is dat de fiscale positie van een nomad afhangt van een samenspel van factoren: fiscale woonplaats, de toewijzingsregels in belastingverdragen, sociale zekerheid én - niet te vergeten - btw, pensioen en verzekeringen. Het idee dat constant rondtrekken automatisch belastingvrijheid oplevert, klopt zelden. Vaker ontstaat het tegenovergestelde: een risico op dubbele heffing of juist nergens verzekerd zijn. Een werknemer die in een land zonder belastingverdrag met Nederland verblijft, kan tussen wal en schip raken zonder recht op voorkoming van dubbele belasting.

De vaste inrichting die meereist

Hier zit een addertje onder het gras dat ondernemers stelselmatig onderschatten. Werkt een nomad regelmatig en langdurig vanuit een vaste plek, denk bijvoorbeeld een woning of een vaste werkruimte in het buitenland, dan kan die plek onder omstandigheden een vaste inrichting van jouw onderneming vormen. En dat kan betekenen dat een deel van je winst in dat land belast wordt. Vooral bij de nomad die óók als zelfstandige wordt ingehuurd, of die structureel vanuit één thuisbasis werkt, is dit een risico reëel. Een vaste inrichting ontstaat sneller dan je denkt en het is een onderwerp dat we in onze volgende blog volledig uitdiepen. De digital nomad is dus geen fiscale vrijgestelde, maar juist een werknemer waarbij álle thema's uit deze serie samenkomen: woonplaats, loonheffingen, sociale zekerheid én vaste inrichtingen. Wie zijn werknemers deze vrijheid gunt, doet er goed aan de fiscale kant net zo goed te plannen als de reisroute.

Deskundig en concreet fiscaal advies nodig?

Heb je vragen of wil je weten wat dit concreet voor jouw situatie betekent? Onze fiscale adviseur Susanne Schorel helpt je graag op weg en staat deskundig en concreet voor je klaar. Bel 088-1412400 of mail naar info@forwardfiscalisten.nl.


Werken in de zon en sociale zekerheid: welk land springt voor de rekening?

Je hebt de loonheffingen netjes geregeld, de salary split staat in de administratie en dan komt de vraag waar veel ondernemers overheen kijken: in welk land is mijn werknemer eigenlijk verzekerd? Sociale zekerheid volgt namelijk compleet eigen regels. En die kunnen heel anders uitpakken dan de belastingheffing.

Eén stelsel, en geen twee

Het eerste wat je moet weten: binnen de EU geldt dat een werknemer maar in één land sociaal verzekerd kan zijn, nooit in twee tegelijk. Welk land dat is, bepaalt Verordening 883/2004. De hoofdregel is dat iemand verzekerd is in het land waar hij werkt. Maar bij grensoverschrijdend werken draait het om de vraag of er een “substantieel gedeelte” in het woonland wordt gewerkt. Die grens ligt op 25%. Werkt je werknemer 25% of meer van zijn tijd in het woonland, dan verschuift de sociale zekerheidsplicht naar dat woonland, ook als de werkgever in Nederland zit. Dat heeft directe gevolgen: andere premies, een andere inhoudingsplicht, en mogelijk een ander pakket aan uitkeringsrechten. Voor jou als werkgever betekent het dat je in een ander land premieplichtig kunt worden, met alle administratieve gevolgen van dien.

De kaderovereenkomst telewerken

Speciaal voor de na-corona-realiteit van structureel thuiswerken is er sinds 1 juli 2023 een kaderovereenkomst grensoverschrijdend telewerken. Die biedt uitkomst voor een veelvoorkomende situatie: een werknemer die deels thuiswerkt in zijn woonland, deels op kantoor in het werkgeverland.

Onder deze kaderovereenkomst kan een werknemer die tussen de 25% en 50% van zijn tijd telewerkt vanuit het woonland tóch verzekerd blijven in het land van de werkgever, mits werkgever en werknemer hier samen om verzoeken. Belangrijk: dit is een verzoek, geen automatisme. En het werkt alleen als zowel het woonland als het werkgeverland de overeenkomst hebben ondertekend. Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal en de meeste andere EU-landen doen mee, maar niet allemaal, controleer dit dus altijd vooraf.

De A1-verklaring en wat erachter zit

Het bewijsstuk waar het in de praktijk om draait is de A1-verklaring. Die toont aan in welk land je werknemer sociaal verzekerd is en is onmisbaar bij controles in het buitenland. Vraag deze tijdig aan, dus niet pas als er een inspecteur voor de deur staat. Vergeet ook de menselijke kant niet. Achter de juridische termen schuilen concrete risico's voor je werknemer: dekking bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, opbouw van pensioen en het beruchte AOW-gat. Een verkeerde inschatting kost niet alleen jou als werkgever premies, maar kan je werknemer jaren later met een gat in zijn oudedagsvoorziening opzadelen. Sociale zekerheid is dus een eigenstandig spoor naast de loonheffingen en wie alleen naar de belasting kijkt, mist het halve plaatje. In de volgende blog zoomen we in op een groep die deze regels tot het uiterste oprekt: de digital nomads.

Kijk vooruit en schakel tijdig een fiscaal expert in

Wil je weten wat werken vanuit het buitenland betekent voor jouw onderneming of voor je werknemers? Neem vrijblijvend contact op via 088-1412400 met Susanne Schorel voor deskundig advies. Neem dan gerust contact met ons op via info@forwardfiscalisten.nl.


Je werknemer werkt vanuit Spanje | Hoe zit het met loonheffingen?

De zon schijnt, de laptop staat open op het terras in Andalusië, en je werknemer appt: “Ik blijf nog even hangen, ik werk gewoon door.” Aardig bedoeld. Maar als werkgever krijg jij de vraag op je bord: waar moet ik nu eigenlijk loonheffingen inhouden? Het antwoord begint bij één verdragsartikel. 

De hoofdregel: woonland, tenzij 

Voor grensoverschrijdend werken in loondienst is artikel 15 van het OESO-modelverdrag leidend. De hoofdregel: het inkomen wordt belast in het woonland van de werknemer, tenzij het werk fysiek in een ander land wordt uitgevoerd. Werkt je werknemer vanuit Spanje, dan kan Spanje in beginsel heffen over het loon dat aan die Spaanse werkdagen is toe te rekenen. Maar er is een belangrijke uitzondering, de bekende 183-dagenregeling. De heffing blijft toch in het woonland (Nederland) als aan drie voorwaarden tegelijk wordt voldaan: de werknemer verblijft niet meer dan 183 dagen in het werkland binnen een periode van twaalf maanden, het loon wordt betaald door of namens een werkgever die niet in het werkland is gevestigd, én het loon komt niet ten laste van een vaste inrichting daar. Worden niet álle drie de voorwaarden vervuld, dan verschuift de heffing. 

Salary split en de dagentelling 

In de praktijk leidt dit vaak tot een salary split: het loon wordt gesplitst over de dagen die in Nederland en de dagen die in het buitenland worden gewerkt, en elk land heft over zijn deel. Klinkt eenvoudig, maar de dagentelling is dat niet. Het gaat niet alleen om werkdagen maar ook aankomst- en vertrekdagen, weekenden en feestdagen die in het werkland worden doorgebracht kunnen meetellen voor de 183-dagengrens. Onderschat ook het verschil tussen formeel en materieel werkgeverschap niet. Wie het loon betaalt is niet altijd doorslaggevend; wie het gezag uitoefent en voor wiens risico de werkzaamheden zijn, kan de werkgever in de zin van het verdrag zijn. Bij doorbelasting van loonkosten naar een buitenlandse groepsvennootschap kan materieel werkgeverschap ontstaan met directe gevolgen voor waar loonheffing ingehouden moet worden. 

Wat kun je onbelast vergoeden? 

Werken vanuit het buitenland brengt kosten met zich mee en de werkkostenregeling biedt ruimte om die onbelast te vergoeden. Een paar actuele bedragen voor 2026: de thuiswerkvergoeding bedraagt € 2,45 per dag en de onbelaste reiskostenvergoeding € 0,25 per kilometer. Let op: thuiswerk- en reiskostenvergoeding mogen niet op dezelfde dag voor hetzelfde traject worden gecombineerd. Komt de werknemer juist vanuit het buitenland naar Nederland, dan kan de 30%-regeling spelen. Die is volop in beweging: vanaf 2026 geldt voor iedere werknemer de aftopping op de WNT-norm van € 262.000, en per 2027 daalt het maximale percentage van 30% naar 27%. De partiële buitenlandse belastingplicht is bovendien per 2025 afgeschaft, met overgangsrecht tot en met 2026. Kortom: loonheffingen bij werken in de zon zijn geen kwestie van “we regelen het achteraf wel”. De keuzes die je nu maakt over dagentelling, salary split en vergoedingen bepalen of je over een jaar een sluitend dossier hebt of een naheffing. In de volgende blog kijken we naar sociale zekerheid: een apart spoor met eigen regels. 

Behoefte aan deskundig fiscaal advies?

Wil je weten wat werken vanuit het buitenland betekent voor jouw onderneming of voor je werknemers? Neem vrijblijvend contact op via 088-1412400 met Susanne Schorel voor deskundig advies. Je kunt ook direct een mail sturen naar info@forwardfiscalisten.nl. Wij leggen doorgaans op werkdagen binnen 24 uur contact met je, om je concreet verder te helpen.


Werken in de zon: wat je moet regelen vóórdat je laptop meegaat op vakantie

De zomervakantie in in volle gang en steeds vaker krijgen ondernemers de vraag: kan ik (of mijn werknemer) vanuit het buitenland doorwerken? Bijvoorbeeld vanaf een vakantieadres in Spanje. Het korte antwoord: ja, dat kan. Maar het kan óók voor onverwachte problemen zorgen. En die risico’s zitten niet alleen in de fiscaliteit, maar juist ook in andere regels waar je misschien minder snel aan denkt. Onze specialist Susanne Schorel geeft je inzicht in de belangrijkste punten.  

Welk arbeidsrecht geldt bij werken in het buitenland? 

Een belangrijke eerste vraag is welk arbeidsrecht van toepassing is zodra een werknemer vanuit het buitenland werkt. Het uitgangspunt is dat een werknemer recht heeft op de minimumbescherming van het land waar hij of zij doorgaans werkt. Werkt iemand structureel vanuit Spanje, dan kan het Spaanse arbeidsrecht (deels) van toepassing zijn, ook als in de arbeidsovereenkomst Nederlands recht is afgesproken. Dat heeft concrete gevolgen. Denk aan regels rondom ontslag, minimumloon, vakantiedagen en arbeidsomstandigheden. De Europese Verordening Rome I bepaalt welk recht geldt bij grensoverschrijdend werken. Partijen mogen hierin keuzes maken, maar nooit ten nadele van de werknemer. En belangrijk: het begrip ‘gewoonlijk werken’ wordt al snel aangenomen. 

Visum, werkvergunning en lokale verplichtingen 

Ook op praktisch en juridisch vlak zijn er aandachtspunten. Buiten de EU geldt in veel gevallen dat een werknemer een werkvergunning nodig heeft om vanuit een ander land te werken. Zelfs als hij of zij in dienst is bij een Nederlandse werkgever en het salaris in Nederland wordt uitbetaald. Binnen de EU is dit eenvoudiger, maar ook daar gelden regels. Zo kan bij een verblijf van langer dan drie maanden een registratieplicht gelden bij lokale autoriteiten. Daarnaast spelen Nederlandse verplichtingen een rol. Denk aan inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). Bij langdurig verblijf in het buitenland kan uitschrijving nodig zijn, met gevolgen voor bijvoorbeeld toeslagen en de zorgverzekering. 

Verzekeringen en pensioen worden vaak onderschat 

Dit is een onderdeel dat vaak wordt onderschat, maar grote impact kan hebben. De Nederlandse zorgverzekering is gekoppeld aan wonen of werken in Nederland. Bij langdurig verblijf in het buitenland kan de verzekeringsplicht veranderen. Soms vervalt die, soms ontstaat juist een verplichting in het buitenland. Ook voor pensioen kan dit gevolgen hebben. Wie niet langer in Nederland verzekerd is voor de AOW, bouwt minder op. Dat kan op termijn leiden tot een AOW-gat. Voor werknemers lijkt dit vaak een ver-van-mijn-bed-show. Voor ondernemers en DGA’s die structureel (altijd of deels) vanuit het buitenland willen werken, is dit juist iets om vooraf goed door te rekenen. 

Eerst de basis op orde, dan pas de rest 

Kortom: werken vanuit het buitenland klinkt aantrekkelijk, maar vraagt om een goede voorbereiding. De niet-fiscale aandachtspunten vormen de basis. Pas daarna komt de fiscale uitwerking. In onze vervolgblogs gaan we dieper in op onderwerpen als loonheffingen, sociale zekerheid, vaste inrichting en de invloed op de fiscale woonplaats. 

Laat je deskundig begeleiden door Forward Fiscalisten 

Wil je weten wat werken vanuit het buitenland betekent voor jouw onderneming of voor je werknemers? Neem vrijblijvend contact op via 088-1412400 met Susanne Schorel voor deskundig advies. Je kunt ook direct een mail sturen naar info@forwardfiscalisten.nl. Wij leggen doorgaans op werkdagen binnen 24 uur contact met je, om je concreet verder te helpen. 


Direct Tax Omnibus: minder bronbelasting en meer renteaftrek voor ondernemers in de EU

See English version below

Betaalt jouw bv rente aan een zustervennootschap in Frankrijk, of ontvangt ze dividend uit Duitsland? Dan ken je de drempels, formulieren en bronbelasting die daarbij komen kijken. De Europese Commissie wil daar verandering in brengen: op 24 juni 2026 presenteerde zij het Direct Tax Omnibus-voorstel, een pakket dat de Europese belastingregels fors moet vereenvoudigen en de administratieve lasten voor ondernemers moet verlichten. De Commissie rekent op zo'n 8 miljard euro aan besparingen per jaar. Vier maatregelen springen er voor ondernemers uit. Onze specialist international tax Susanne Schorel neemt je hierin mee in haar nieuwe blog.  

Bronbelasting verdwijnt op meer betalingen binnen de EU 

De grootste winst zit in grensoverschrijdende betalingen tussen vennootschappen. Nu geldt de vrijstelling van bronbelasting op rente en royalty's alleen tussen 'verbonden' vennootschappen. Dat verbondenheidsvereiste verdwijnt: straks is elke rente- of royaltybetaling tussen EU-vennootschappen vrijgesteld, ongeacht het aandelenbelang of de bezitsduur. Voor dividenden geldt iets vergelijkbaars: het minimumbelang van 10% uit de Moeder-dochterrichtlijn vervalt, en ook vrijgestelde pensioenfondsen krijgen toegang tot de richtlijnvoordelen. Bovendien mogen lidstaten geen voorafgaande goedkeurings- of certificeringsprocedures meer eisen, dat scheelt papierwerk vooraf. Wel komt er een antimisbruikmaatregel: betalingen aan ontvangers buiten de EU die geen of 0% winstbelasting betalen, blijven belast of worden van aftrek uitgesloten. 

Meer ruimte voor renteaftrek 

Ook de earningsstrippingregeling gaat op de schop. De Europese norm, een renteaftrek tot maximaal 30% van de fiscale EBITDA óf € 3 miljoen, wordt verplicht voor alle lidstaten. Voor Nederland is dat goed nieuws: ons land hanteert nu een strengere grens van 24,5% en een drempel van € 1 miljoen en zou die dus moeten verruimen. Daarnaast komen er nieuwe uitzonderingen. Rente op échte derdenleningen die je voor de eigen onderneming gebruikt, wordt ontzien. Een groepsuitzondering wordt verplicht in plaats van optioneel. En in jaren waarin je fiscale EBITDA met 50% of meer daalt, geldt de aftrekbeperking niet. Ook langlopende publieke projecten zoals sociale woningbouw en de defensie-industrie krijgen onder aanvullende voorwaarde extra ruimte. 

Een nieuwe R&D-aftrek en wat verder verandert 

Het voorstel introduceert ook een Europese R&D-faciliteit. Investeringen in R&D-gerelateerde materiële vaste activa, zoals gebouwen, machines en installaties die minstens drie jaar worden gebruikt, mag je in één keer aftrekken in het jaar van uitgave, of spreiden over de vier daaropvolgende jaren. De Commissie verwacht hiermee de EU aantrekkelijker te maken voor innovatie. Onder de motorkap verandert er nog meer: de algemene antimisbruikregel (GAAR) gaat voor álle ondernemingsbelastingen gelden, waaronder de dividend- en conditionele bronbelasting. De CFC-maatregel wordt versoepeld voor het mkb en voor Pijler 2-groepen en de fiscale Fusierichtlijn wordt eindelijk in lijn gebracht met moderne reorganisatievormen zoals afsplitsingen en grensoverschrijdende omzettingen. 

Wat betekent dit concreet?

Belangrijk om te weten: dit is vooralsnog een vóórstel. De maatregelen zouden per 1 januari 2029 moeten ingaan, maar alle EU-lidstaten moeten unaniem instemmen. Gezien de budgettaire gevolgen ligt het voor de hand dat er nog flink aan geschaafd wordt. Toch is de richting duidelijk: minder formaliteiten en meer fiscale ruimte voor ondernemers die binnen Europa actief zijn. Loopt jouw onderneming nu tegen bronbelasting of een beperkte renteaftrek aan, dan is het verstandig je structuur alvast tegen het licht te houden. 

Schakel een deskundig expert in

Wil je weten wat het Direct Tax Omnibus-voorstel betekent voor jouw onderneming of voor je werknemers? Neem vrijblijvend contact op via 088-1412400 met Susanne Schorel voor deskundig belastingadvies. Je kunt ook direct een mail sturen naar info@forwardfiscalisten.nl. Wij leggen doorgaans op werkdagen binnen 24 uur contact met je, om je concreet verder te helpen. 

_____________________________________________________________________________________________________

The EU Direct Tax Omnibus: less withholding tax and more interest deductibility for business owners 

Does your company pay interest to a sister entity in France, or receive dividends from Germany? Then you know the thresholds, forms and withholding taxes that come with it. The European Commission wants to change that. On 24 June 2026 it published its Direct Tax Omnibus proposal, a package designed to simplify the EU's direct tax rules and cut red tape for businesses, with estimated savings of around €8 billion per year. Four measures stand out for entrepreneurs active in the Netherlands. Our international tax specialist, Susanne Schorel shares the recent developments in her latest post.

Withholding tax disappears on more intra-EU payments 

The biggest win is in cross-border payments between companies. Today, the withholding tax exemption on interest and royalties applies only between “associated” companies. That association requirement is being scrapped: any interest or royalty payment between EU companies would become exempt, regardless of the size or duration of the shareholding. Something similar applies to dividends: the 10% minimum holding under the Parent-Subsidiary Directive disappears, and exempt pension funds also gain access to the benefits. On top of that, Member States may no longer demand prior authorisation or certification procedures resulting in less paperwork up front. An anti-abuse rule does apply: payments to recipients outside the EU that levy no corporate tax, or a 0% rate, remain taxed or lose their deductibility. 

More room for interest deductibility 

The interest limitation (earnings-stripping) rule is also being overhauled. The European standard, interest deductible up to 30% of tax EBITDA or €3 million, whichever is higher, becomes mandatory for all Member States. For the Netherlands that is good news: the country currently applies a stricter 24.5% limit and a €1 million threshold and thus would have to relax both. New exceptions are added, too. Interest on genuine third-party loans used for your own business is carved out and a group escape becomes mandatory rather than optional. And in years where your tax EBITDA falls by 50% or more, the limitation does not apply. Long-term public-benefit projects such as social housing and, temporarily, the defence sector for loans taken out from 2029 also gain extra room. 

A new R&D allowance, and what else changes 

The proposal introduces an EU-wide R&D allowance. Investment in R&D-related tangible assets such as buildings, machinery and installations used for at least three years, can be deducted in full in the year of expenditure, or spread across the following four years. The Commission expects this to make the EU a more attractive place to innovate. Under the bonnet, more is shifting: the general anti-abuse rule (GAAR) will extend to all business taxes, including dividend and conditional withholding tax. The CFC rules are eased for SMEs and Pillar Two groups, and the Merger Directive is finally aligned with modern reorganisation forms such as divisions by separation and cross-border conversions. 

What this means for you 

One thing to keep in mind: this is still a proposal. The measures are intended to take effect on 1 January 2029, but all EU Member States must agree unanimously and given the budgetary impact, further changes are likely. Even so, the direction is clear: fewer formalities and more fiscal room for businesses operating across Europe. If your company is currently running into withholding tax or a capped interest deduction, it is wise to review your structure now. 

Get expert guidance from Forward Fiscalisten 

Wondering what the Direct Tax Omnibus proposal means for your business or your employees? Get in touch free of charge on +31 88-1412400 with Susanne Schorel for expert advice. You can also email us directly at info@forwardfiscalisten.nl. We usually get back to you within 24 hours on working days to help you move forward. 


De stille aardverschuiving die elke inlener en uitlener gaat raken

Er komt een wet aan die de Nederlandse arbeidsmarkt grondiger gaat hertekenen dan welke regel uit het afgelopen decennium ook. De meeste ondernemers hebben hem nog niet eens op de radar en dat is precies waarom onze specialist Susanne Schorel je meeneemt in haar nieuwe blog.

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, kortweg de Wtta, treedt op 1 januari 2027 in werking. De Eerste Kamer zette op 11 november 2025 het laatste vinkje. Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft inmiddels glashelder gemaakt dat er géén uitstel komt. Citaat: "De urgentie van het tegengaan van de misstanden in de uitzendsector weegt zwaarder dan het geringe profijt van uitstel." Vertaald naar de praktijk: de klok tikt, en hij tikt sneller dan veel ondernemers denken.

Van een registratiestelsel naar een toelatingsstelsel

De Wtta komt bovenop de bestaande Waadi. Klinkt als een administratieve verschuiving, maar dat is het niet. De Waadi blijft naast de Wtta bestaan, maar de eenmalige Waadi-meldingsplicht bij de Kamer van Koophandel komt te vervallen. Onder de Wtta moet je vóóraf worden toegelaten door de nieuwe Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), en die toelating krijg je alleen als je structureel aantoonbaar in control bent. De NAU beslist namens de minister of een uitlener de markt op mag, en die beslissing is niet vrijblijvend.

Zonder toelating mag je vanaf 1 januari 2027 geen arbeidskrachten meer ter beschikking stellen. Punt. Doe je dat tóch, dan riskeer je een boete tot € 90.000, oplopend bij recidive, én stillegging door de Nederlandse Arbeidsinspectie. Het stelsel is opgezet om misstanden in de uitzendsector aan te pakken, maar de gevolgen raken vele malen meer bedrijven dan alleen de bureaus waar het in de pers over gaat. Voor wie zich op tijd heeft aangemeld, geldt in 2027 een overgangsregime; de actieve handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie start op 1 januari 2028.

Niet alleen uitzendbureaus

Hier zit de adder onder het gras. De Wtta gaat veel breder dan de klassieke uitzendsector. De toelatingsplicht raakt onder andere:

  • detacheringsbureaus en payrollorganisaties;
  • ZZP'ers en zelfstandigen die zich via constructies ter beschikking stellen;
  • DGA's die zichzelf vanuit hun eigen bv detacheren bij een opdrachtgever;
  • buitenlandse ondernemingen die werknemers in Nederland inzetten, ook tijdelijk;
  • uitleenconstructies tussen verbonden vennootschappen, voor zover de concernuitzondering niet van toepassing is;
  • inleners, want zaken doen met een niet-toegelaten partij wordt strafbaar.

Dat laatste punt onderschatten veel bedrijven. Inhuren via een niet-toegelaten uitlener is straks geen administratieve slordigheid meer, maar een wetsovertreding mét aansprakelijkheid. Iedere productiebedrijf, bouwer, retailer, IT-organisatie of zorginstelling die werkt met een flexibele schil moet straks weten: is mijn leverancier toegelaten? Zo niet, dan zit ík fout. En de wetgever heeft dat bewust zo ingericht, om de keten zélf de markt te laten schoonvegen.

De vijf pijlers waar je straks aan moet voldoen

De NAU toetst aan vijf vereisten: een actueel inspectierapport dat aantoont dat je voldoet aan het normenkader, inschrijving in het Handelsregister, een VOG voor rechtspersonen, een waarborgsom van € 100.000 als financiële zekerheid (€ 50.000 voor starters in het eerste half jaar), en doorlopende compliance op alle bovengenoemde punten. Het normenkader bouwt voort op de huidige NEN 4400-1 en wordt aangevuld met extra eisen. Salarisadministratie, fiscale afdrachten, identiteitscontroles, arbeidsvoorwaarden, urenregistratie, huisvesting van arbeidsmigranten: alles moet kloppen én aantoonbaar zijn. Geen losse Excelsheet, maar een dossier dat een externe inspecteur in één middag overtuigt.

De echte deadline ligt eerder

Veel ondernemers horen "2027" en denken: tijd zat. Niet doen. Wie gebruik wil maken van het overgangsrecht, moet zich tussen 1 november 2026 en 1 januari 2027 aanmelden. Wie tijdig is aangemeld onder het overgangsrecht, mag in 2027 blijven uitlenen totdat de NAU op de toelatingsaanvraag heeft beslist. Het aanvraagvenster voor toelating zelf is in 2027 maar twee maanden lang, namelijk van 1 mei tot 30 juni. SNA-gecertificeerde uitleners hebben een verkorte route en kunnen aanvragen tot 1 juli 2027. Mis je dat venster, dan zit je vanaf 1 januari 2028 zonder toelating, en dus zonder verdienmodel.

De vraag is niet meer óf je iets met de Wtta moet. De vraag is hoeveel maanden je nog hebt voordat afwachten je geld gaat kosten. In het volgende deel: wat er precies misgaat als je dit op zijn beloop laat.

Laat je deskundig begeleiden door Forward Fiscalisten

Onze gespecialiseerde fiscalisten staan klaar om te adviseren en begeleiden je bij het maken van de juiste keuze. Neem vrijblijvend contact op via 088-1412400 met Susanne Schorel voor deskundige ondersteuning en een helder overzicht van onze diensten tegen transparante tarieven. Je kunt ook direct een mail sturen naar info@forwardfiscalisten.nl. Omschrijf kort de huidige situatie en de fiscale vragen die open staan. Wij leggen dan doorgaans op werkdagen binnen 24 uur contact met je, om je concreet verder te helpen.


Fiscaal powerhouse breidt verder uit: Welkom Susanne en Sander!

Forward Fiscalisten geeft plankgas en groeit verder als fiscaal powerhouse met de komst van niet één maar twee fiscale toppers! Susanne Schorel start als Tax Director en Sander Rašić als aangiftemedewerker!

Fiscaal advies op topniveau

Susanne brengt een schat aan ervaring mee in internationale fiscale advisering en ondersteunt zowel ondernemingen als particulieren bij grensoverschrijdende vraagstukken. Van internationale bedrijven die zich in Nederland willen vestigen tot particulieren die emigreren en inzicht nodig hebben in de fiscale gevolgen. Juist in deze complexe situaties maakt haar expertise het verschil. Binnen Forward gaat Susanne een actieve rol spelen in het uitbouwen van onze internationale en corporate praktijk. Haar kennis en ervaring sluiten naadloos aan bij onze ambitie om klantrelaties te begeleiden bij internationale vraagstukken en onze dienstverlening op dit gebied verder uit te breiden. Met haar scherpe vaktechnische blik, praktische aanpak en ondernemende instelling is Susanne een waardevolle aanvulling op ons team.

Binnen onze aangiftepraktijk maakt Sander een vliegende start. Hij beschikt over een flinke dosis ervaring en heeft de afgelopen jaren een mooie ontwikkeling doorgemaakt op het gebied van internationale Vpb, maar is zeker ook bekend met het MKB-segment en bijbehorende aangiften. Sander heeft een scherp oog en voorliefde voor complexere vraagstukken, ruime ervaring met het werken voor internationale ondernemingen en een aanpak die vakinhoudelijk, maar ook pragmatisch is. Van harte welkom bij Forward Fiscalisten, Susanne en Sander! Wij kijken uit naar een succesvolle en energieke samenwerking!

Met de toevoeging van Susanne en Sander aan ons fiscale team kunnen we onze diensten verder verbreden en verdiepen, waardoor we onze relaties nog beter van dienst kunnen zijn. 

Oriënterend gesprek of een kritisch vergelijk?

Vrijblijvend kennismaken met Susanne, Sander een van de andere professionals binnen Forward Fiscalisten? Stuur een mail naar info@forwardfiscalisten.nl of leg contact via 088-1412400. De fiscale specialisten van Forward staan 100% voor je klaar. Iedere dag opnieuw.

Privacy Preference Center